Per natuurtype: wat het kenmerkt en welk onderhoud erbij hoort.
Kruiden- en faunarijk grasland N12.02
Kenmerken
Kruidenrijk grasland op vochtige/droge bodems, gehooid of begraasd en niet of nauwelijks bemest. Heeft structuurvariatie en is waardevol voor vlinders, insecten, vogels en kleine zoogdieren.
Bijbehorend onderhoud
Maaien met afvoer van het maaisel, eventueel gecombineerd met beweiding. Niet of beperkt bemesten. Gefaseerd maaien met uitgestelde stroken of randen als schuilplaats voor fauna.
Ruigteveld N12.06
Kenmerken
Ruige vegetatie van ruigtekruiden en grassen, soms met opslag van struweel. In droge ruigte kan riet gaan domineren. Belangrijk voor broedvogels, kleine zoogdieren, insecten en roofvogels.
Bijbehorend onderhoud
Gefaseerd maaien met afvoer van maaisel zodat er altijd ruigte aanwezig blijft. Opslag van bomen en struiken beperken en niet bemesten. Op bepaalde plekken problemen als distels of brandnetels aanpakken.
Dynamisch moeras N05.04
Kenmerken
Moeras met veel waterdynamiek door bv. een doorstroming of wisselende waterstanden. Gekenmerkt door riet, zeggen en ruigtekruiden. Gebied is open tot gedeeltelijk bebost.
Bijbehorend onderhoud
Weinig ingrijpend beheer. Behouden van de natuurlijke waterdynamiek is prioriteit. Maaien is vaak niet aan de orde. Opslag van bomen en struiken verwijderen om het moeras open te houden.
Zoete plas N04.02
Kenmerken
Stilstaand of langzaam stromend zoet water met een minimale diepte van 20 cm, inclusief onderwater- en oevervegetatie. Het is een leefgebied voor amfibieën, libellen, waterplanten en watervogels.
Bijbehorend onderhoud
Gefaseerd baggeren om verlanding tegen te gaan. Visstand beheren en voedselrijkdom beperken. Oevers beheren door maaien of grazen. Exoten bestrijden.
Laagveenbos N14.02
Kenmerken
Laagveenbossen hebben veel variatie in de bosstructuur. Bossen en struwelen zijn vaak gedomineerd door elzen, zachte berk, grauwe wilg, wilde gagel en katwilg op natte standplaatsen en een venige bodem. Op open plekken domineren moerasplanten. Bij veel structuurvariatie en geen verdroging heeft laagveenbos een hoge diversiteit.
Bijbehorend onderhoud
De structuur van laagveenbossen is gevarieerd; vanwege deze variatie is daarom geen monitoring van structuurkenmerken opgenomen. Desondanks is het belangrijk om variatie in bosstructuur te behouden voor diverse faunagroepen zoals broedvogels, dagvlinders en zoogdieren.
Vochtig weidevogelgrasland N13.01
Kenmerken
Open, vochtige graslanden met een hoge grondwaterstand in het voorjaar. Een open landschap en insectrijke bodem, bedoeld voor vogels zoals kievit en grutto.
Bijbehorend onderhoud
Uitgesteld maaien tot na het broedseizoen, extensieve beweiding, beperkte bemesting en hoge waterstanden in het voorjaar. Ook moet de openheid worden behouden en predatie worden beperkt.